AMSTERDAM - Met de Europese infrarood-ruimtetelescoop Herschel is ontdekt dat sterrenstelsels niet met elkaar in botsing hoeven te komen om grote geboortegolven van nieuwe sterren te produceren.

Astronomen hebben altijd aangenomen dat een extreme stervormingsactiviteit getriggerd wordt door zulke botsingen, en dat dat ook in de vroege geschiedenis van het heelal het geval moet zijn geweest.

Herschel bestudeerde twee gebiedjes aan de sterrenhemel ongeveer drie keer zo klein als de Volle Maan, en deed daarin metingen aan ca. duizend sterrenstelsels op zeer verschillende afstanden.

Vooral op de allergrootste afstanden, waar sterrenkundigen miljarden jaren terugkijken in de geschiedenis van het heelal, bleek dat een hoge stervormingsactiviteit ook voorkomt in sterrenstelsels die geen onderlinge botsingen ondervinden. De nieuwe metingen laten zien dat er ook grote hoeveelheden nieuwe sterren ontstaan in jonge stelsels die veel interstellair gas bevatten.

Geboren

Op zich niet zo vreemd, omdat sterren uit zulke interstellaire gaswolken geboren worden. Het gas zou door het groeiende stelsel uit de omgeving aangetrokken kunnen worden. Het Herschel-onderzoek werpt dus mogelijk ook licht op de manier waarop sterrenstelsels geboren worden en evolueren.

Het aantal gasrijke stelsels was in de jeugd van het heelal veel groter dan nu. Onderlinge botsingen spelen uitsluitend een rol bij stelsels met weinig gas, waarin de 'natuurlijke' stervormingsactiviteit dus laag is.

Zulke gas-arme sterrenstelsels zijn in het huidige heelal veel talrijker, waardoor geboortegolven van nieuwe sterren tegenwoordig bijna altijd veroorzaakt worden door onderlinge botsingen.