AMSTERDAM - In het Melkwegstelsel komen duizenden 'tikkende tijdbommen' voor: snel roterende witte dwergsterren die als supernova zullen exploderen wanneer hun draaisnelheid in de loop van lange tijd geleidelijk afneemt.

Die conclusie trekken Rosanne Di Stefano (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics), Joke Claeys (Universiteit Utrecht) en Rasmus Voss (Radboud Universiteit Nijmegen) in een recent artikel in The Astrophysical Journal.

De drie sterrenkundigen hebben berekend op welke manier de draaisnelheid van witte dwergen van invloed is op hun stabiliteit. Witte dwergen zijn de compacte overblijfselen van zonachtige sterren.

Als ze meer dan veertig procent zwaarder worden dan de zon, door materie-overdracht van een begeleidende ster, zijn ze niet langer bestand tegen de zwaartekracht en komen ze aan hun eind in een catastrofale supernova-explosie van het type Ia.

In sommige gevallen kan een witte dwerg echter toch zwaarder zijn, namelijk wanneer hij snel om zijn eigen as draait. Als gevolg van de middelpuntvliedende kracht is de kritische massa waaraoven de witte dwerg explodeert dan hoger dan 1,4 zonsmassa's.

Massatoename witte dwerg

Zo'n snelle rotatie kan ontstaan door dezelfde materie-overdracht die ook verantwoordelijk is voor de massatoename van de witte dwerg. Wanneer die materie-overdracht tot stilstand komt, door welke reden dan ook, zal de rotatiesnelheid van de witte dwerg echter heel langzaam weer afnemen, onder andere door het uitzenden van zwaartekrachtsgolven.

Uiteindelijk is de rotatiesnelheid dan zo laag dat de ster alsnog explodeert. Volgens Di Stefano, Claeys en Voss kan dat echter vele tientallen of honderden miljoenen jaren duren. Tegen die tijd zijn alle sporen van materie-overdracht van de begeleider al verdwenen.

Op die manier verklaren de drie astronomen dat er in het licht van supernova-explosies van type Ia vrijwel nooit aanwijzingen worden gevonden voor het bestaan van een begeleider.