AMSTERDAM – De Tasmaanse tijger stierf mogelijk uit, omdat het dier niet sterk genoeg was om op grote prooien te jagen. Dat melden Australische wetenschappers.

De kaken van de Tasmaanse tijger waren te zwak om een volwassen schaap tijdens een worsteling te doden.

Het dier was afhankelijk van de jacht op kleine prooien en kon zich daardoor niet goed handhaven in een veranderende omgeving. Dat meldt BBC News.

Kolonisatie

“Tasmaanse tijgers moesten erg veel dieren doden om te kunnen overleven”, verklaart hoofdonderzoeker Marie Attard van de Universiteit van New South Wales in Sydney. “Kleine veranderingen in het ecosysteem – zoals de gevolgen van de kolonisatie van Australië – waren daardoor van grote invloed op hun overlevingskansen.”

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door een scan te maken van de schedel van de laatste Tasmaanse tijger. Met een computerprogramma berekenden ze vervolgens de maximale stress die de kaken van het dier konden verdragen.

Wurging

De test wees uit dat het dier niet genoeg kracht in zijn kaken had om een volwassen schaap te doden. “Als een volwassen vleeseter een grote prooi wil ombrengen, moet hij zijn tanden in de keel van dat dier zetten en tot wurging overgaan”, aldus onderzoeker Stephen Wroe. “Een Tasmaanse tijger was daar gezien de kracht in zijn kaken simpelweg niet toe in staat.”

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Zoology.

Dierentuin

De Tasmaanse tijger is vandaag precies 75 jaar geleden uitgestorven. Het laatste exemplaar verbleef in een dierentuin in Tasmanië.

De Tasmaanse tijger kwam ooit voor in heel Australië en Nieuw-Guinea. In de negentiende eeuw werd er echter intensief gejaagd op de dieren, omdat de Australiërs ironisch genoeg geloofden dat Tasmaanse tijgers veel schapen doodden.