AMSTERDAM - Wetenschappers hebben in Zuid-Amerika de wilde voorouder ontdekt van de gedomesticeerde gistsoort waarmee pils wordt gebrouwen.

Het gaat om een gistsoort uit de Zuid-Amerikaanse streek Patagonië die voorkomt in bossen waar de temperatuur bijna constant onder het vriespunt ligt. De soort heeft de naam Saccharomyces eubayanus gekregen.

Dat meldt BBC News naar aanleiding van een studie van een internationaal team van wetenschappers in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Fruitvliegje

De onderzoekers vermoeden dat de koubestendige gistsoort honderden jaren geleden bij toeval de Atlantische oceaan overstak, bijvoorbeeld in de maag van een fruitvliegje. Het gist kwam vervolgens waarschijnlijk in een Europese kelder terecht waar gist werd bewaard om ale en wijn mee te maken.

Uiteindelijk ontstond er een kruising tussen deze gedomesticeerde gistsoort en Saccharomyces eubayanus. Uit deze kruising met de naam Saccharomyces pastorianus wordt vandaag de dag pils gebrouwen.

Smaak

“De kruising ontstond vrijwel zeker per ongeluk en mensen gingen deze nieuwe gistsoort gebruiken omdat het bier er anders van ging smaken”, verklaart hoofdonderzoeker Chris Hittinger van de Universiteit van Wisconsin.

Wetenschappers hebben jarenlang gezocht naar de voorouder van de gistsoort waarmee pils wordt gebrouwen. Een analyse van honderden Europese gistsoorten leverde niets op. De veel gezochte voorouder van Saccharomyces pastorianus werd uiteindelijk gevonden in een beukenboom in Patagonië.

Bierkelder

Hoofdonderzoeker Hittinger is blij met de ontdekking, maar vooral met het feit dat de Zuid-Amerikaanse gistsoort zich kruiste met de Europese soort.

“Persoonlijk drink ik graag pils en ik ben dus verheugd dat deze twee gistsoorten elkaar ooit per ongeluk zijn tegengekomen in een bierkelder”, aldus Hittinger.