UTRECHT - Bijna een op de vier Nederlanders woont nog in het gebied waar zijn of haar stamvader vandaan komt.

Dat blijkt uit een analyse van de Nederlandse familienamen die taalwetenschapper Gerrit Bloothooft van de Universiteit Utrecht en het Meertens Instituut heeft verricht.

Vooral in Brabant, Limburg, Twente en de Achterhoek en vissersplaatsjes als Katwijk, Volendam en Scheveningen heeft de afgelopen twee eeuwen relatief weinig migratie plaatsgevonden, zo meldde Bloothooft donderdag.

Het is donderdag precies tweehonderd jaar geleden dat Napeleon per decreet iedere Nederlander verplichtte een achternaam te nemen.

Noorden

Vanuit het noorden zijn wel relatief veel mensen naar de Randstad gemigreerd. Bloothooft presenteert de definitieve resultaten van zijn onderzoek naar verwachting in september.

De wetenschapper houdt zich in totaal al twintig jaar bezig met de bestudering en documentatie van Nederlandse namen.

De meest voorkomende achternamen van Nederland zijn De Jong, De Vries, Jansen, Van den Berg en Van Dijk. Er lopen zo’n 90.000 mensen rond die een van deze namen dragen. Het top vijf-lijstje is al bijna een eeuw hetzelfde, aldus de taalwetenschapper.

Immigratie

Het aantal familienamen in Nederland is de laatste decennia wel flink gestegen: van 100.000 naar 300.000. Dit komt vooral door de immigratie, waardoor namen uit allerlei andere landen en culturen hun intrede hebben gedaan in de Nederlandse samenleving. Tussen de 20.000 en 50.000 van die namen zullen ook binnen afzienbare tijd weer verdwijnen, schat Bloothooft.

Gemiddeld dienen in Nederland nog zo’n 2500 mensen per jaar het verzoek in om de achternaam te wijzigen. In de helft van de gevallen gaat het om kinderen die na een scheiding van de ouders graag een andere naam willen hebben. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat de verzoeken beoordeelt, kent ruim de helft van de aanvragen toe.