AMSTERDAM – De deeltjesversneller in Genève komt rekenkracht tekort. Computergebruikers kunnen nu helpen door hun eigen machines berekeningen uit laten voeren.

Een paar softwarepakketten installeren is genoeg om met de Large Hadron Collider mee te kunnen denken. De computer begint dan botsingen van deeltjes te simuleren als hij niet actief voor andere zaken gebruikt wordt. De resultaten van die LHC@Home 2.0-tests stuurt hij naar het hoofdkwartier in Zwitserland.

De ‘burgerdata’ kan van pas komen bij wetenschappelijk onderzoek. De Geneefse deeltjesversneller laat protonen (atoomdeeltjes) met bijna de snelheid van het licht op elkaar botsen. Dat levert nieuwe deeltjes op. Die kunnen ons misschien meer leren over het ontstaan van het heelal.

Thuiscomputers kunnen ook helpen te zoeken naar het Higgs-boson, het deeltje waaraan alle andere deeltjes hun massa zouden ontlenen.

Buitenaards leven

Wetenschappers laten vaker computers van consumenten meerekenen. Een bekend voorbeeld is SETI@Home, dat al jaren zoekt naar sporen van buitenaards leven. Daarvoor maakt het gebruik van BOINC. Dat computerplatform kan worden gebruikt voor talloze ‘meerekenprojecten’, van klimaatonderzoek tot de wetenschappelijke strijd tegen malaria.

Het project dat deze week is begonnen lijkt op een initiatief uit 2004. Daarbij gaan thuiscomputers aan de slag met protonen, ook ten behoeve van de Zwitserse deeltjesversneller. LHC@Home 2.0 onderscheidt zich van zijn voorganger door het belang van zijn berekeningen.

“Door de toegenomen rekenkracht van computers kunnen vrijwilligers nu zoeken naar fundamentele deeltjes”, vertelt de CERN in een persbericht. “Zo kunnen ze nieuwe inzichten verschaffen in het ontstaan van ons universum.”