AMSTERDAM - Het omvangrijke bergachtige gebied aan de achterkant van onze maan kan het gevolg zijn van de botsing met een kleinere maan die tijdelijk om de aarde draaide.

Dat schrijven planeetwetenschappers van de universiteit van Californië te Santa Cruz in Nature van 3 augustus. Tussen de voor- en achterkant van de maan bestaan grote verschillen.

De voorkant bestaat voor een groot deel uit laaggelegen vlakten, terwijl de achterkant veel bergachtiger is.

Volgens de Californische wetenschappers kan dat verschil worden verklaard door voort te borduren op de meest gevestigde theorie voor het ontstaan van de maan, die stelt dat onze begeleider is ontstaan uit het puin dat ruim vier miljard jaar geleden vrijkwam bij een grote inslag op aarde.

Simulaties

Computersimulaties laten zien dat er door samenklontering van dat puin niet alleen een grote maan kan zijn gevormd, maar ook één of meer kleinere manen.

Als zo'n secundaire maan later op de huidige achterkant van de maan is terechtgekomen zou dat de dikkere korst en het bergachtige karakter van dat halfrond kunnen verklaren.

Omdat beide objecten in ruwweg dezelfde baan om de aarde draaiden, zou het onderlinge snelheidsverschil namelijk gering zijn geweest. Hierdoor hoeft er bij de botsing geen grote krater te zijn ontstaan, en kon het puin van het kleine maantje zich over de omgeving verspreiden.

Getijdenkrachten

Overigens is dit niet de enige verklaring die voor de 'uitstulping' van de achterkant van de maan is bedacht.

Nog maar in november vorig jaar publiceerden andere wetenschappers van dezelfde universiteit in het blad Science een theorie die stelt dat dit hoogland kan zijn ontstaan door de getijdenkrachten die lang geleden op de maan werkten, toen zijn vaste buitenkorst nog op een oceaan van gesmolten gesteente dreef.