AMSTERDAM - Door onderzoek van 165 actieve sterrenstelsels met de Europese röntgensatelliet INTEGRAL zijn astronomen erachter gekomen dat sommige van deze stelsels meer energierijke röntgenstraling uitzenden dan gedacht.

Deze ontdekking kan niet alleen gevolgen hebben voor de bestaande modellen voor deze stelsels, maar ook voor de verklaring van de kosmische 'röntgenachtergrond'. Actieve sterrenstelsels hebben een superzwaar zwart gat in hun kern, dat materie opslokt.

Bij dat proces wordt deze materie dermate heet dat zij allerlei soorten straling uitzendt, waaronder röntgenstraling. Volgens de bestaande modellen zou het zwarte gat en de hem omringende schijf van hete materie omringd zijn door een dikke gordel van stof.

Afhankelijk van de hoek waaronder we vanaf de aarde tegen die stofgordel aankijken, krijgen we minder of meer straling uit de omgeving van het zwarte gat te zien. De verwachting was dat dit voor harde röntgenstraling niet zou opgaan, omdat deze straling niet zo gemakkelijk door stof wordt geabsorbeerd. De INTEGRAL-gegevens laten echter toch aanzienlijke verschillen in röntgenhelderheid zien.

Raadsel

Dat kan er niet alleen op wijzen dat actieve stelsels grotere onderlinge verschillen vertonen dan gedacht, maar ook een decennia-oud raadsel omtrent de kosmische achtergrondstraling op röntgengolflengten uit de weg ruimen. Deze straling werd en wordt toegeschreven aan de ontelbare actieve sterrenstelsels die het heelal vullen, maar in veel gevallen te ver van ons zijn verwijderd om afzonderlijk waarneembaar te zijn.

Hoewel de röntgenachtergrond heel diffuus is, zouden er veel meer actieve sterrenstelsels nodig zijn om haar intensiteit te verklaren dan realistisch werd geacht. De ontdekking dat sommige van deze stelsels meer harde röntgenstraling produceren dan andere, kan dit gat in de 'röntgenbegroting' helpen dichten.