AMSTERDAM - Vliegende insecten profiteren met de bewegingen van hun vleugels van dezelfde natuurwetten als vissen die hun vinnen bewegen. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers vastgesteld.

Fruitvliegjes en andere insecten maken bij hun vliegbewegingen gebruik van dezelfde krachten als dieren die zich in het water voortbewegen.

Daaruit valt op te maken dat het vermogen om te vliegen van sommige insecten in de loop van de evolutie ontstond uit zwembewegingen. Dat meldt nieuwssite Physorg.com op basis van onderzoek aan de Universiteit van Cornell.

Zwembewegingen

De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen door videobeelden van vliegende insecten te bestuderen en de bewegingen van de dieren nauwkeurig in kaart te brengen. Uit het onderzoek bleek dat de insecten ‘zwembewegingen’ maakten in de lucht.

Tot nu toe gingen wetenschappers er vanuit dat het vermogen om te vliegen puur tot stand kwam door zogenaamde liftkracht, waarbij kracht loodrecht op de richting van de vliegrichting wordt uitgeoefend.

Peddelen

Uit de analyse van de Amerikaanse wetenschappers blijkt echter dat vliegende insecten in de lucht ook ‘peddelende’ bewegingen maken met hun vleugels, net als dieren in het water. Bij deze bewegingen wordt zogenaamde slepende wrijving opgewekt.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Physical Review Letters.

Hordes

“Vroeger dachten we dat er bij de overgang van zwemmen naar vliegen enkele evolutionaire hordes moesten worden genomen”, verklaart hoofdonderzoeker Itai Cohen.

“Onze bevindingen suggereren echter dat deze tussenstappen niet nodig zijn bij de transitie van zwemmen naar vliegen”, aldus de wetenschapper.