AMSTERDAM - Vogelsoorten die veel voorkomen in steden hebben een relatief groot brein ten opzichte van de rest van hun lichaam. Dat blijkt uit onderzoek van Europese wetenschappers.

Een groot brein zorgt er waarschijnlijk voor dat sommige vogelsoorten zich gemakkelijker kunnen aanpassen aan de wisselende omstandigheden in steden dan concurrerende soorten met minder grote hersenen.

Met name roodborstjes, kraaien en boomklevers zijn in een stadse omgeving waarschijnlijk in het voordeel door het formaat van hun brein. Dat meldt BBC News op basis van onderzoek van de Universiteit van Uppsala in Zweden.

Stamboom

De wetenschappers hebben de stamboom van 82 vogelsoorten bestudeerd die voorkomen in 12 steden in Frankrijk en Zwitserland. Uit hun analyse bleek dat de soorten die het meest dominant waren in de stadse omgevingen relatief grote hersenen hadden.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters.

Centrum

Eerdere studies hebben al uitgewezen dat dieren met een groot brein zich over het algemeen makkelijker kunnen aanpassen aan nieuwe omgevingen. Het is voor het eerst dat het formaat van hersenen door wetenschappers rechtstreeks wordt gekoppeld aan de overlevingskansen van soorten in de stad.

“Het centrum van een stad is een nieuwe en onherbergzame omgeving voor de meeste vogels”, verklaart onderzoeker Alexei Maklakov. “Het is belangrijk dat ze het vermogen hebben om nieuwe technieken te ontwikkelen voor de jacht, het verzamelen van voedsel en het bouwen van nesten.”

Uitsterven

Volgens de wetenschappers kunnen hun bevindingen worden gebruikt om te voorkomen dat bepaalde vogels uitsterven in stedelijke gebieden.

“De studie suggereert dat sommige vogelsoorten zich niet snel zullen aanpassen aan veranderende omstandigheden”, aldus Maklalov. “Als we deze vogels in de stad willen zien, moeten we hun natuurlijke omgeving nabootsen.”