AMSTERDAM - Sterrenkundigen hebben een reconstructie gemaakt van een historische supernova-explosie. Uit dit onderzoek, gebaseerd op metingen van de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra, blijkt dat zo'n explosie geen catastrofale gevolgen hoeft te hebben voor naburige sterren.

Het nieuwe onderzoek draait om het restant van de supernova die in het jaar 1572 werd waargenomen door de Deense sterrenkundige Tycho Brahe.

Die supernova was van type Ia, een explosie die optreedt in een stelsel van twee sterren die op geringe afstand om elkaar heen draaien. Bij supernovae van dit type zijn twee scenario's denkbaar.

Het ene is dat de dubbelster bestaat uit twee compacte witte dwergen die met elkaar in botsing komen. In dat geval zouden er na de explosie geen sporen van een begeleidende ster te vinden zijn. Volgens het andere scenario bestaat de dubbelster uit een witte dwerg en een normale ster.

Overdracht

Door materie-overdracht van de normale ster aan de witte dwerg kan deze laatste een kritieke massa bereiken en ontploffen. Met Chandra is in het restant van Tycho's supernova een boog van hete materie ontdekt.

Uit nader onderzoek blijkt dat deze boog waarschijnlijk is ontstaan doordat de schokgolf van de exploderende witte dwerg materiaal van het oppervlak van een nabije stellaire begeleider heeft weggeblazen.

Dubbelster

Daarmee staat vrijwel vast dat de dubbelster waarin de supernova-explosie optrad, heeft bestaan uit een witte dwerg en een normale ster. De hoeveelheid materie die door de explosie van de begeleidende ster is weggeblazen lijkt betrekkelijk gering.

Dat maakt de kans groot dat de begeleider van de exploderende witte dwerg de catastrofe heeft overleefd. Een tweede aanwijzing in die richting is de eerdere ontdekking van een ster in de omgeving van de supernova-rest die zich met opvallend hoge snelheid uit de voeten maakt.