AMSTERDAM - Het SETI-instituut, dat zich bezighoudt met de zoektocht naar intelligent buitenaards leven, is in geldnood. Zodanig zelfs, dat zijn paradepaardje - de Allen Telescope Array (ATA) - voorlopig is stilgelegd.

Het SETI-instituut 'luistert' al vijftig jaar met radiotelescopen naar signalen uit de ruimte die het bestaan van buitenaardse beschavingen zouden kunnen aantonen.

In 2007 werd zelfs begonnen met een speciaal voor dit doel gebouwde opstelling van radioschotels, die voor de helft werd gefinancierd door Paul Allen, mede-oprichter van softwarebedrijf Microsoft.

De ATA bestaat momenteel uit 42 schotelantennes die verbonden zijn met 64 computerservers die gedoneerd zijn door Dell, Google en Intel. Aan financiële steun dus geen gebrek, zo lijkt het. Maar al die apparatuur moet ook in bedrijf worden gehouden.

Geldschieters afgehaakt

Tot nog toe werden deze operationele kosten gedragen door de staat Californië, de National Science Foundation, NASA en andere privé-donoren. Door de economische crisis zijn de laatste jaren echter steeds meer geldschieters afgehaakt.

De hoop is nu gevestigd op (overheids)instellingen die de ATA voor andere doeleinden willen gebruiken, bijvoorbeeld voor astronomisch onderzoek of voor het in kaart brengen van het ruimteschroot dat rond de aarde cirkelt. Voor de gewenste uitbreiding van de ATA naar 350 radioschotels is het wachten op economisch betere tijden.