Uitdijing heelal ook in verre toekomst nog meetbaar

AMSTERDAM - De uitdijing van het heelal zorgt ervoor dat sterrenstelsels geleidelijk uit elkaars zicht verdwijnen. Toch zullen ook in de verre toekomst sterrenkundigen het verschijnsel kunnen waarnemen.

De kosmische uitdijing is bijna een eeuw geleden ontdekt door de Amerikaanse sterrenkundige Edwin Hubble, die constateerde dat de sterrenstelsels in het heelal van elkaar weg bewegen.

Maar over een biljoen jaar, als het heelal honderd keer zo oud is als nu, is nog maar één sterrenstelsel waarneembaar: het onze.

Volgens theoretisch sterrenkundige Avi Loeb van de Harvard-universiteit hoeft dat echter geen belemmering te zijn.

Dubbelster

Ongeveer eens in de 100.000 jaar komt er een dubbelster zo dicht in de buurt van het zwarte gat in de kern van ons Melkwegstelsel, dat de beide sterren van elkaar gescheiden worden.

De ene wordt opgeslokt door het zwarte gat, maar de andere schiet met een snelheid van meer dan een miljoen kilometer per uur de ruimte in.

Als deze hypersnelle sterren ver genoeg van ons sterrenstelsel verwijderd zijn, komen ze in de greep van de kosmische uitdijing: ze gaan daardoor steeds sneller bewegen. En aan dat verschijnsel zouden de sterrenkundigen van de verre toekomst kunnen zien dat het heelal uitdijt.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie