AMSTERDAM – Vrouwelijke vogels die tijdens hun ovulatie worden blootgesteld aan roofdieren, krijgen jongen met relatief lange vleugels. Dat hebben Zwitserse wetenschappers aangetoond.

Als vrouwtjesvogels tijdens het broeden het gevaar van roofdieren ervaren, worden hun jongen over het algemeen minder groot. Maar later ontwikkelen de kuikens gemiddeld genomen wel relatief lange vleugels.

Dat meldt Nature News op basis van een onderzoek van wetenschappers aan de Universiteit van Bern.

Geluiden

De onderzoekers kwamen tot hun ontdekking door verschillende koolmezen tijdens het broeden te confronteren met modellen van haviken en opnames van geluiden van deze roofvogels. Een controlegroep van koolmezen werd niet gestoord tijdens het eieren leggen.

De jongen van de vogels werden vervolgens opgevoed in een laboratorium. Tijdens de studie bleek al snel dat de jongen van de ‘bange moeders’ minder groot werden.

Vliegprestaties

Later ontwikkelden deze kuikens echter vleugels die gemiddeld 1,8 millimeter langer waren dan de vleugels van de jongen die onder ideale omstandigheden op de wereld waren gezet. De resultaten van het onderzoek worden binnenkort gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Functional Ecology.

Volgens de wetenschappers hebben de kuikens van ‘bange moeders’ voordeel van hun geringe lichaamsgrootte en grote vleugellengte. Hun vliegprestaties verbeteren, waardoor ze roofdieren gemakkelijker kunnen ontwijken.

Overlevingskansen

“Een klein lichaam lijkt een nadeel, maar gecombineerd met lange vleugels heeft het waarschijnlijk een positieve uitwerking op hun vliegprestaties, omdat de vleugels in verhouding minder gewicht hoeven te dragen”, aldus onderzoeker Michael Coslovsky. “Dat verbetert de overlevingskansen van de vogels.”

De wetenschappers hebben nog niet achterhaald hoe door roofdieren bedreigde vogels er voor zorgen dat hun jongen grotere vleugels ontwikkelen. Ze vermoeden dat de dieren een bepaald signaal afgeven met behulp van stresshormonen in de eieren.