AMSTERDAM – De lange nek van sommige plantenetende dinosauriërs is volgens Britse wetenschappers vergelijkbaar met het ontwerp van ouderwetse stofzuigers, omdat de dieren energie bespaarden met hun reikwijdte.

De Sauropoda ontwikkelden in de loop van de evolutie lange nekken, zodat ze voedsel konden eten uit een groot gebied zonder hun lichaam te verplaatsen.

Volgens onderzoekers van de Universiteit van Glasgow en de John Moores Universiteit is die ontwikkeling vergelijkbaar met de manier waarop ouderwetse stofzuigers werden ontworpen. Dat meldt de Britse krant The Guardian.

Energiebesparing

De makers van ouderwetse stofzuigers rustten de apparaten uit met lange slangen zodat de gebruikers alle hoeken van de kamer konden bereiken, zonder het aparaat te verplaatsen.

Ook dinosauriërs bespaarden veel energie met hun lange nekken. Zo berekenden de wetenschappers dat de Brachiosaurus tachtig procent minder energie verbruikte door zijn negen meter lange nek. De volledige resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters.

Slang

“We zien hier een duidelijke analogie met de cylinderstofzuigers die veel werden gebruikt in de jaren 1950 tot 1970”, aldus de onderzoekers Graeme Ruxton en David Wilkinson.

“De machine die de zuiging moest opwekken was nog erg groot en zwaar", aldus de onderzoekers. "Daarom moest het apparaat op een centrale plek worden geplaatst en liep de gebruiker door het huis met een zuigslang waarop een kleine kop was gemonteerd.”

Verteren

Ook de lange nekken van dinosauriërs konden volgens de wetenschappers slechts een relatief kleine kop ondersteunen.

Veel sauropoda hadden dan ook niet de zware kaken en tanden die nodig waren om de planten die ze aten goed te kauwen. Het voedsel bleef lang in hun maag zitten om te verteren.