AMSTERDAM – Sabeltandtijgers openden hun bek tijdens gevechten met andere dieren veel wijder dan moderne katachtigen. Dat hebben Deense wetenschappers vastgesteld met behulp van een computermodel.

De kaakspieren van sabeltandtijgers waren bijzonder efficiënt en zorgden er voor dat de dieren hun bek extreem ver konden openen en weer sluiten. Hierdoor werden hun slagtanden voldoende ontbloot voor gebruik in gevechten.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Aalborg in het wetenschappelijk tijdschrift Zoological Journal of the Linnean Society.

Hoek

“De sabeltandtijger van de soort Smilodon kon zijn bek wijder openen dan alle moderne katten”, verklaart hoofdonderzoeker Per Christiansen op BBC News. “Als je grote tanden hebt, moet je je bek nu eenmaal in een grotere hoek openen om ergens in te kunnen bijten.”

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door een computermodel van de bek van sabeltandtijgers te ontwikkelen op basis van fossielen die zijn gevonden in de Verenigde Staten. Uit het model blijkt dat de dieren beschikte over bijzondere kaakspieren waarmee hun ver opengesperde bek kon worden gesloten zonder al te veel energie te verspillen.

Raadsel

De slagtanden van de sabeltandtijger stelden de wetenschap lange tijd voor een raadsel. De tanden waren volgens sommige onderzoekers zo groot dat ze de dieren in de weg zaten. Ze kwamen daarom tot de theorie dat de slagtanden vooral versiering waren en dienden om seksuele partners aan te trekken.

Het nieuwe computermodel toont echter aan dat sabeltandtijgers hun slagtanden weldegelijk gebruikten als steekwapens bij gevechten.

Beet

“Ze deelden een snelle en krachtige beet uit in de keel of nek van hun prooi”, aldus Christiansen. “Maar ze klemden hun prooien niet minutenlang vast, zoals moderne grote katten. Daar waren hun kaakspieren niet sterk genoeg voor.”