AMSTERDAM – De radioactieve straling in Tsjernobyl heeft zeer waarschijnlijk een negatieve invloed op de hersengroei van vogels in de omgeving. Dat hebben Franse en Amerikaanse wetenschappers vastgesteld.

Het brein van vogels in Tsjernobyl is gemiddeld vijf procent kleiner dan het brein van hun soortgenoten die niet in gebieden met radioactieve straling leven.

Vooral bij jonge vogels van minder dan een jaar oud blijft de ontwikkeling van de hersenen erg achter, zo meldt BBC News.

De bevinding suggereert volgens hoofdonderzoeker Andreas Möller van de Universiteit van Parijs-Zuid ook dat veel vogels al als embryo sterven door het negatieve effect van de straling op hun brein.

Krimpende organen

De wetenschappers doen uitgebreid verslag van hun onderzoeksresultaten in het wetenschappelijk tijdschrift PloS One. In totaal onderzochten ze 550 vogels van 48 verschillende soorten en vergeleken ze de hersenomvang van de dieren met vogels uit andere gebieden.

Het is al langer bekend dat vogels de omvang van hun organen kunnen veranderen om te overleven in moeilijke omstandigheden. Zo laten veel trekvogels hun maag, darmen en lever krimpen tijdens hun trektochten, zodat deze organen minder energie verbruiken.

Stress

Het is nog onduidelijk waarom de radioactieve straling als gevolg van de kernramp in Tsjernobyl leidt tot kleinere hersenen bij vogels. Mogelijk krimpen de hersenen van de dieren, als gevolg van de stress die ze ervaren door de straling.

Maar het is volgens de wetenschappers ook denkbaar dat vrijgekomen kernenergie het groeiproces van het vogelbrein op een directe manier verstoort.