AMSTERDAM – Argentijnse wetenschappers hebben aan de hand van fossielen een beer geïdentificeerd die meer dan drie meter lang was.

De kortsnuitbeer van de soort Arctotherium angustidens leefde tijdens het Pleistoceen in het huidige Zuid-Amerika en stierf ongeveer tweeënhalf miljoen jaar geleden uit.

De wetenschappers van het La Plata Museum hebben op basis van botresten van een individueel exemplaar vastgesteld dat het dier ongeveer 3,3 meter groot was en rond de 1575 kilo woog.

Daarmee was de beer iets groter dan de grootste beersoort die nog in leven is: de ijsbeer. Dat melden de onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Paleontology.

Lichaamsmaten

“In zijn tijd was deze beer het grootste en krachtigste roofdier dat op het land leefde”, verklaart hoofdonderzoeker Leopoldo Soibelzon op Discovery News. “We denken dat de beer geen enkele angst hoefde te hebben om zelf opgegeten te worden.”

De resten van de reuzenbeer werden al ontdekt in 1935 en zijn sindsdien in het bezit van het La Plata Museum in Argentinië. De wetenschappers hebben pas nu de lichaamsmaten van de beer berekend door metingen te verrichten op zijn botten en vervolgens met een formule zijn lichaamsgewicht vast te stellen.

Botten

Waarschijnlijk kon de beer zo groot worden, omdat er nauwelijks andere roofdieren in zijn omgeving leefden die een bedreiging voor hem vormden. Het dier voedde zich vermoedelijk vooral met de overblijfselen van plantenetende dieren.

"Arctotherium angustidens had een omnivoor dieet dat bestond uit een groot aantal bestanddelen, waaronder voornamelijk dierlijke overblijfselen”, aldus Soibelzon. “Vooral de botten en het vlees van andere grote dieren waren belangrijk voor hem.”

Verwondingen

Op de fossielen troffen de wetenschappers ook enkele tekenen van verwondingen aan. Ze vermoeden dat de beer soms in gevecht raakte met mannelijke soortgenoten.

“Maar ook een ruzie over de resten van een karkas met een andere vleeseter zoals de sabeltandtijger behoorde tot de mogelijkheden”, aldus Soibelzon.