AMSTERDAM – Neanderthalers zouden het op de marathon afleggen tegen moderne mensen. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers berekend op basis van fossielen.

Het lichaam van Neanderthalers was ongeschikt om lange afstanden te rennen. Alleen op korte sprintjes zouden de oermensachtigen mogelijk in staat zijn om van moderne mensen te winnen.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Arizona in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Human Evolution.

Klimaat

“Het rennen van lange afstanden wordt vaak gezien als de manier waarop onze voorouders vlees konden bemachtigen in warme omgevingen”, verklaart hoofdonderzoeker David Raichlen op Discovery News. “De eerste mensen zouden door langdurige achtervolgingen in staat zijn geweest om hun prooien op te jagen en uit te putten.”

“Onze hypothese is echter dat het loopvermogen van Neanderthalers sterk was verminderd omdat ze in koude klimaten leefden”, aldus Raichlen.

Fossielen

De wetenschappers kwamen tot hun conclusie door fossiele overblijfselen van Neanderthalers te bestuderen. Uit het onderzoek bleek dat de oermensachtigen lange achillespezen en hielen hadden in vergelijking tot moderne mensen. Daardoor zouden ze meer energie verspillen tijdens het rennen en eerder uitgeput raken.

Bij een wandeltocht zouden de Neanderthalers volgens de wetenschappers wel in het voordeel zijn ten opzichte van de Homo sapiens.

Door hun relatief dikke botten waren de oermensachtigen waarschijnlijk in staat om lange stukken te voet af te leggen, zonder vermoeid te raken of blessures op te lopen.