De donkere plek die in juli 2009 plotseling in de atmosfeer van Jupiter verscheen, is hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door de inslag van een planetoïde. Dat schrijven wetenschappers in het meest recente nummer van het tijdschrift Icarus.

De onderzoekers baseren hun conclusie op waarnemingen met drie infraroodtelescopen, waarmee de temperatuur en samenstelling van de Jupiteratmosfeer is geanalyseerd.

Eerder waren ook met de Hubble-ruimtetelescoop al aanwijzingen gevonden dat het inslagobject een planetoïde moet zijn geweest. Uit de infraroodwaarnemingen blijkt dat het onderste deel van de stratosfeer van Jupiter door de inslag drie tot vier graden is opgewarmd.

Dat lijkt weinig, maar daar is een enorme hoeveelheid energie voor nodig: het equivalent van 5 gigaton tnt. De wetenschappers leiden hieruit af dat de inslaande planetoïde tweehonderd tot vijfhonderd meter groot moet zijn geweest,