Een van de meest hardnekkige vraagstukken waar zonneonderzoekers mee worstelen betreft de temperatuur van het buitenste deel van de atmosfeer van de zon. Deze zogeheten corona is namelijk miljoenen graden heter dan het oppervlak van de zon.

Uit nieuw onderzoek blijkt dat het hete gas afkomstig is van hete gasfonteinen op het zonneoppervlak (Science, 7 januari). Het bestaan van hete gasfonteinen of 'spiculen' op de zon is al heel lang bekend.

Tientallen jaren lang vormden zij ook de belangrijkste kandidaat voor de verklaring van de hoge temperatuur van de zonnecorona. Maar in de jaren tachtig bleek uit metingen dat het gas in de spiculen daar gewoon niet heet genoeg voor was.

In 2007 werd echter een nieuwe klasse van spiculen ontdekt, die een veel kortere levensduur hebben dan normale spiculen. Hun gas bereikt ook hogere snelheden: tot meer dan 100 kilometer per seconde.

De korte levensduur van deze spiculen van type II was een aanwijzing dat hun gas heel heet was, maar directe metingen ontbraken. Waarnemingen van de zonnesatellieten SDO en Hinode hebben nu voor het eerst laten zien dat het gas van de kortlevende spiculen miljoenen graden heet is.

Daarmee is het vraagstuk van de hete zonnecorona waarschijnlijk wel opgelost. Er komt echter een nieuw raadsel voor in de plaats: hoe kan het gas in de spiculen zo heet worden?