AMSTERDAM – Het is mogelijk dat sommige individuen genetische aanleg hebben om het slachtoffer te worden van pesterijen. Dat blijkt uit een Amerikaanse studie met marmotten.

De reactie die sommige marmotten oproepen bij hun soortgenoten, is waarschijnlijk genetisch bepaald. Sommige diertjes komen door hun erfelijke aanleg in de positie van slachtoffer terecht bij pesterijen.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Californië in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Sociaal gedrag

Het sociale gedrag dat de gepeste marmotten zelf vertonen lijkt opvallend genoeg niet voort te komen uit hun genetisch aanleg, zo melden de wetenschappers. 

“De dingen die zij naar anderen toe doen zijn niet erfelijk, maar de dingen die anderen met hen uithalen wel”, verklaart hoofdonderzoeker Daniel Blumstein in het Britse tijdschrift New Scientist. “De tendens om geslachtofferd te worden is dus overerfbaar.”

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door het gedrag en de sociale netwerken van geelbuikmarmotten te bestuderen en af te zetten tegen hun familiebanden.

Gebeten

De interacties tussen de diertjes kunnen op twee manieren uitpakken. Vaak zitten ze rustig bij elkaar en strelen ze elkaars vacht. Maar sommige marmotten worden opvallend vaak achterna gezeten en gebeten door soortgenoten.

Uit het onderzoek van de wetenschappers blijkt dat deze gepeste marmotten hun sociale positie in de groep vaak erven van hun ouders. Maar de pesterijen gaan samen met voordelige eigenschappen.

De studie wijst uit dat de kans om gepest te worden toeneemt naarmate een marmot meer sociale contacten heeft. Ook blijken de diertjes met de meeste contacten het langste te leven.

Voordelig

Volgens hoofdonderzoeker Blumstein kan het soms dan ook evolutionair voordelig zijn om pesterijen te tolereren, in plaats van ze te ontvluchten. Nare interacties kunnen volgens hem belangrijk zijn voor de ontwikkeling van relaties en groepvorming.

“Als je onderdeel wilt zijn van een groep, horen daar ook vervelende dingen bij”, aldus Blumstein op nieuwssite ScienceNews. "We moeten de rol van agressie bij groepsvorming beter onderzoeken."