DEN BURG - De westelijke Waddenzee telt duidelijk meer soorten bodemdieren, zoals krabben, garnalen, wormen en schelpdieren, dan veertig jaar geleden.

Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) op Texel waarvan de resultaten woensdag zijn bekendgemaakt.

Bioloog Jan Beukema begon in 1970 bij te houden welke bodemdieren voorkomen op het Balgzand, een droogvallende wadplaat van 60 vierkante kilometer ten oosten van Den Helder. Later nam zijn collega Rob Dekker dat werk van hem over.

Schepen en klimaatverandering

Uit de studie blijkt dat het aantal soorten dat per vierkante meter wordt gevonden, de afgelopen veertig jaar met circa 40 procent is toegenomen. Een deel van de nieuwkomers is meegevoerd in het ballastwater van schepen. Maar ook de geleidelijke klimaatverandering speelt volgens de onderzoekers mogelijk een rol.

De onderzoekers verwachten dat de biodiversiteit in het gebied de komende jaren nog verder kan toenemen. Door het toenemende internationale scheepvaartverkeer worden ook steeds meer exotische soorten geïmporteerd, die ook nog beter gedijen doordat strenge winters in Nederland de laatste twintig jaar steeds minder vaak voorkomen.