AMSTERDAM – De evolutie van dinosauriërs kwam ongeveer 300 miljoen jaar geleden op gang door de ineenstorting van tropisch regenwoud. Dat hebben Britse wetenschappers vastgesteld.

Het gigantische tropisch regenwoud dat Noord-Amerika en Europa in het geologische tijdperk Carboon bedekte, viel ongeveer 300 miljoen jaar geleden uiteen in kleine stukjes door stijgende temperaturen.

Reptielen moesten toen plotseling overleven in nieuwe omgevingen en daardoor versnelde hun evolutie tot dinosauriërs.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Londen en de Universiteit van Bristol in het wetenschappelijk tijdschrift Geology.

Eilandjes

“Klimaatsverandering zorgde er voor dat het regenwoud fragmenteerde en er kleine eilandjes van bossen ontstonden”, verklaart hoofdonderzoeker Howard Falcon-Lang op BBC News.

“Dit isoleerde verschillende reptielenpopulaties van elkaar. Elk groepje evolueerde daardoor in een andere richting, wat leidde tot een toename van het aantal soorten”, aldus Falcon-Lang.

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door de fossielen van reptielen die voor de ineenstorting van het regenwoud leefden te vergelijken met reptielen die daarna ontstonden.

Dieet

Uit het onderzoek bleek dat de dieren na het verdwijnen van het regenwoud veel diverser werden. In sommige gevallen schakelden reptielen zelfs over op een nieuw dieet om zich zo goed mogelijk aan te passen aan hun nieuwe omgeving.

“Dit is een klassiek ecologisch antwoord op de fragmentatie van een leefomgeving”, aldus onderzoeker Mike Benton.

Galapagoseilanden

“Je ziet vandaag de dag nog steeds hetzelfde proces als een groep dieren geïsoleerd raakt van hun soortgenoten", aldus Benton. "De bekendste voorbeelden zijn natuurlijk de dieren die Charles Darwin bestudeerde op de Galapagoseilanden.”