AMSTERDAM - Met de Europese ruimtetelescoop Herschel zijn zogeheten zwaartekrachtlenzen ontdekt die het mogelijk maken om extreem ver verwdijderde sterrenstelsels in detail te bestuderen.

Herschel, gelanceerd in het voorjaar van 2009, is een telescoop die infraroodstraling uit het heelal opvangt.

Op die golflengten kunnen vooral extreem ver verwijderde sterrenstelsels in het heelal bestudeerd worden: de energierijke straling van die stelsels is zo lang onderweg geweest naar de aarde dat de lichtgolven door de uitdijing van het heelal zijn uitgerekt tot lange, infrarode golven.

Infraroodbronnen

Een internationaal team van astronomen, onder wie de Nederlander Paul van der Werf, heeft een aantal onverwacht heldere infraroodbronnen in detail bestudeerd. Met optische telescopen werd ontdekt dat er op de plaats van de infraroodbronnen wel zichtbare sterrenstelsels staan, maar die blijken zich op relatief kleine afstand van de aarde te bevinden; de infraroodstraling die door Herschel is waargenomen, komt van veel grotere afstanden.

Het blijkt nu dat de 'optische' stelsels fungeren als zwaartekrachtlenzen: ze staan tussen de verre infraroodstelsels en de aarde in, en het licht van de achtergrondstelsels wordt afgebogen en versterkt door hun zwaartekracht. Dankzij dit effect zijn de 'infrarode' stelsels veel helderder dan ze zónder die zwaartekrachtlenswerking zouden zijn. De resultaten worden deze week gepubliceerd in het vakblad Science.

Net begonnen

Het Herschel-ATLAS-project, dat tot de ontdekking van de vijf zwaartekrachtlenzen leidde, is nog maar net begonnen; de komende tijd zal een veel groter deel van de sterrenhemel gedetailleerd in kaart gebracht worden. De verwachting is dan ook dat er nog veel meer vergelijkbare zwaartekrachtlenzen gevonden zullen worden.

Op die manier kunnen sterrenkundigen de extreem ver verwijderde stelsels (die waargenomen worden zoals ze er in de vroege jeugd van het heelal uitzagen) veel beter bestuderen dan je op basis van hun afstand zou verwachten.