AMSTERDAM – Mannelijke wespspinnen tonen het meeste interesse in vrouwtjes die nog maagd zijn. Dat blijkt uit een onderzoek van Duitse wetenschappers.

Voor mannelijke webspinnen is de maagdelijkheid van een vrouwtje belangrijker dan de vraag of ze een groot lichaam heeft en dus meer eitjes kan produceren. Als een mannetje paart met een maagdelijk vrouwtje verdrievoudigt hij namelijk zijn kansen om vader te worden.

Dat concluderen de onderzoekers van de Universiteit van Hamburg in het wetenschappelijk tijdschrift Animal Behaviour.

De voorkeur van mannelijke wespspinnen voor maagden is volgens de onderzoekers ontstaan door het seksuele gedrag van de dieren. Wespspinnen laten na de paring met het vrouwtje één van hun twee pedipalpen (genitaliën) achter in haar lichaam.

Een vrouwelijke spin die al eens met een mannetje heeft gepaard, is daardoor minder makkelijk te bevruchten.

Opgegeten

Voor de mannetjes is het erg belangrijk dat bij de eerste keer paren meteen nakomelingen verwekken. Na de seks worden ze namelijk meestal opgegeten door het vrouwtje, dat veel groter en sterker is.

Doordat de dieren één van hun twee genitaliën achterlaten in het vrouwtje, kunnen ze - zelfs als ze aan haar ontstnappen - daarna nog hooguit één keer paren.

Bij de meeste diersoorten hebben mannetjes een oneindig aantal spermacellen", verklaart Schneider op nieuwssite LiveScience.com. "Daardoor kunnen ze paren met zo veel vrouwtjes als ze willen. Maar bij deze spinnen is het een heel ander verhaal.”

Kieskeurig

Ondanks hun grotere kans op paringsucces bij maagden, kijken de mannetjesspinnen volgens Schneider ook nog wel enigszins naar de andere kwaliteiten van een vrouwtje, bijvoorbeeld of ze groot en dus vruchtbaar is.

"Het is ook weer niet zo dat ze op elk maagdelijk vrouwtje afgaan en met haar paren", aldus Schneider.