AMSTERDAM – Koreaanse wetenschappers hebben ontdekt waarom vliegende vissen in staat zijn om soms meer dan 500 meter door de lucht te zweven.

Als vliegende vissen uit het water springen, spreiden ze hun vinnen om zo lang mogelijk te kunnen zweven. 

Door dat trucje is het zweefvermogen van de dieren vergelijkbaar met vogels die met gespreide vleugels in de lucht hangen. Dat schrijven wetenschappers van de Nationale Universiteit van Seoul in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Experimental Biology.

De onderzoekers hebben verder vastgesteld dat vliegende vissen vooral grote afstanden door de lucht kunnen overbruggen als ze vlak over het wateroppervlak zweven. Op die manier ondervinden ze namelijk de minste luchtweerstand, Dat meldt Discovery News.

Windtunnel

De wetenschappers kwamen tot hun conclusies na een experiment waarbij de aerodynamica van vliegende vissen werd getest in een windtunnel. Enkele dode dieren werden zo opgezet dat ze hun lichaamsgewicht behielden en ook flexibel bleven in hun vinnen.

Vervolgens werd getest met hoe veel luchtweerstand de vissen te maken kregen als ze in verschillende hoeken en op verschillende hoogtes boven een wateroppervlak hingen.

Energie

Er bestaan ruim veertig soorten vliegende vissen. Sommige van de dieren hebben vier vinnen, anderen slechts twee. De dieren zijn in staat om grote sprongen uit het water te maken, waarbij ze soms wel 45 seconden door de lucht te vliegen en afstanden van ruim 500 meter overbruggen.

Het blijft voor wetenschappers een raadsel waarom vliegende vissen soms een stuk boven het water zweven. Mogelijk vluchten de dieren tijdens hun zweefvluchten voor roofdieren. Een andere theorie is dat de dieren energie besparen door af en toe een stukje te 'vliegen' .