AMSTERDAM – Spaanse archeologen hebben de resten opgegraven van een dinosaurus met een bochel op zijn rug en bobbels op zijn voorpoten waaruit mogelijk veren groeiden.

De wetenschappers van de Autonome Universiteit in Madrid hebben de overblijfselen van het reptiel opgegraven in de buurt van de stad Cuenca in het midden van Spanje.

Het fossiel is ruim 130 miljoen jaar oud en behoort waarschijnlijk tot de theropoden, een groep dinosauriërs waaruit later de vogels ontstonden.

Het opgegraven dier heeft twee verlengde ruggenwervels, waardoor een soort bochel is ontstaan. De voorpoten bevatten kleine bobbels, waaruit waarschijnlijk veren groeiden.

Vogels

De bobbels zijn mogelijk het oudste bewijs voor de groei van primitieve veren bij dieren, zo melden de onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

“Deze eigenschap is eerder waargenomen bij kleine dinosauriërs die nauwer verwant zijn aan vogels, zoals de Velociraptor”, verklaart hoofdonderzoeker Francesco Ortega op Discovery News. “Deze dinosaurus is vier keer groter dan de Velociraptor en werd tot nu toe beschouwd als te primitief om veren te hebben."

"Toch beschikt dit dier ook over deze kleine bobbels waaruit waarschijnlijk primitieve veren groeiden”, aldus Ortega.

Bijzonder

De wetenschappers beschouwen het fossiel dan ook als een erg belangrijke vondst. “Dit was een erg bijzondere groep dinosauriërs, omdat vogels tot dezelfde groep behoren”, verklaart onderzoeker Jose Franz op BBC News. “De wereld zou niet hetzelfde zijn zonder vogels. Vogels zijn eigenlijk een soort gevleugelde theropoden.”

De dinosaurus heeft de naam Concavenator corcovatus gekregen, wat ‘de gebochelde jager uit Cuenca’ betekent.

“Eén van de meest in het oog springende karakteristieken van de Concavenator is de bijzondere verlenging van de laatste twee ruggenwervels”, verklaart hoofdonderzoeker Ortega. “Dit is nog niet eerder vertoond bij dinosauriës die tot nu toe zijn opgegraven. De functie van de bochel is onbekend.”