AMSTERDAM – Wetenschappers hebben in een grot in Israël de resten opgegraven van een 12.000 jaar oud feestmaal, waarbij 71 geroosterde schildpadden werden gegeten.

De verorberde schildpadden zijn opgegraven in de grot Hilazon Tachtit nabij de stad Karmiel. Uit de resten van de dieren blijkt dat ze waarschijnlijk door mensen zijn geroosterd in hun schild.

De ontdekking suggereert dat grote feestmaaltijden vermoedelijk al 2500 jaar eerder plaatsvonden dan tot nu toe werd aangenomen.

Dat schrijven wetenschappers van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Begrafenis

De grot waarin de geroosterde schildpadden zijn aangetroffen, werd vermoedelijk ook als begraafplaats gebruikt. De schilden van de dieren zijn begraven in een kuil naast de overblijfselen van een oudere vrouw. Dat wijst er op dat het feestmaal werd gehouden ter ere van een begrafenis.

“De vrouw had veel gezondheidsproblemen en was vermoedelijk verlamd”, verklaart hoofdonderzoekster Natalie Munro in het Britse tijdschriftNew Scientist. “Ze werd begraven met een collectie bijzondere overblijfselen van dieren, zoals het bekken van een luipaard.” De bijzondere voorwerpen suggereren volgens Munro op het dat het ging om de begrafenis van een sjamaan, oftewel een medicijnvrouw.

Spanning

Drukbezochte diners zijn volgens veel wetenschappers tekenend voor de overgang van een jagend bestaan naar landbouw. “Opeens leefden er daardoor honderden mensen op dezelfde plek gedurende het grootste deel van het jaar”, verklaart de Amerikaanse archeoloog Alan Simmons. “Dat creëerde spanning.”

De feestmalen waren volgens hem vooral bedoeld om onderlinge spanningen weg te nemen en gemeenschappen bij elkaar te houden.