AMSTERDAM – Duitse wetenschappers hebben ontdekt waarom de in de Noordelijke IJszee levende ijskabeljauw niet bevriest bij watertemperaturen onder het vriespunt.

Zogenaamde antivriesproteïnen zorgen er voor dat het bloed van de ijskabeljauw vloeibaar blijft bij temperaturen onder het vriespunt. Door de invloed van de eiwitten klonteren de watermoleculen in het bloed niet samen, maar blijven ze los van elkaar in beweging.

Dat schrijven wetenschappers van de Ruhr-Universiteit in Bochum in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of the American Chemical Society.

Vriespunt

Het vriespunt van het bloed van ijskabeljauwen ligt in theorie rond de -0,9 graden Celsius. In de praktijk kunnen de dieren echter gemakkelijk overleven bij temperaturen die lager liggen dan -1 graden Celsius, zoals bijvoorbeeld vaak voorkomt in de Noordelijke IJszee. De eerder genoemde antivriesproteïnen in hun bloed zijn daar de oorzaak van. 

De eiwitten werden vijftig jaar geleden al ontdekt. Maar de Duitse wetenschappers hebben de werking van de bewuste eiwitten voor het eerst ontrafeld door met terahertz-straling in beeld te brengen hoe antivriesproteïnen van ijskabeljauwen reageren op watermoleculen.

Afstand

Ze kwamen tot de conclusie dat de antivriesproteïnen niet alleen invloed hebben op watermoleculen waarmee ze in direct contact komen, maar ook op watermoleculen die zich op grotere afstand in het bloed van de dieren bevinden.

“We konden duidelijk zien dat de proteïnen een ver reikend effect hadden op watermoleculen in de omgeving”, verklaart hoofdonderzoeker Konrad Meister op nieuwssite ScienceDaily.