AMSTERDAM – Archeologen hebben in een Spaanse grot een ruimte ontdekt, die vermoedelijk ooit als slaapvertrek werd gebruikt door Neanderthalers.

De resten van de slaapruimte zijn gevonden in de Esquilleu-grot in de Spaanse regio Cantabrië. De prehistorische 'slaapgrot' bevatte 53.000 tot 39.000 jaar geleden waarschijnlijk een primitieve haard met daaromheen bedden van gras. Mogelijk werden de bedden door de Neanderthalers ook bedekt met dierenhuiden.

De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Archaeological Science.

Grondmonsters

Israëlische wetenschappers van het Kimmel Center for Archeological Research zijn de resten van de slaapruimte op het spoor gekomen door sedimenten uit de grot op te graven en te analyseren. Uit het onderzoek blijkt dat de open haard waarschijnlijk werd opgestookt met hout en boomschors. Volgens de wetenschappers moeten de grasresten wel wijzen op de aanwezigheid van bedden, omdat er geen planten groeiden in de grot.

De bedden van gras dienden volgens de wetenschappers mogelijk ook als zitplekken.
Bij eerdere opgravingen zijn vaak stenen werktuigen aangetroffen in de buurt van haardsteden van Neanderthalers. Die vondsten suggereren dat de primitieve mensen niet alleen sliepen rond vuren, maar ook kookten en aten bij primitieve haartstedes.

Verschonen

“Neanderthalers waren waarschijnlijk gewend om het gebied rondom de open haard erg comfortabel in te richten”, verklaart hoofdonderzoeker Dan Cabanes op Discovery News. “Het is verder mogelijk dat de Neanderthalers hun bed iedere keer verschoonden wanneer ze deze grot betraden.”