AMSTERDAM - Dankzij een doorbraak in de zogeheten adaptieve optiek kunnen sterrenkundigen nu opnamen van 'ruimtekwaliteit' maken met een telescoop die gewoon op aarde staat.

Onderzoekers van de universiteit van Arizona hebben namelijk een lasertechniek ontwikkeld om het fonkelen van de sterren over een groot beeldveld stil te zetten (Nature, 5 augustus).

Het fonkelen van de sterren aan de hemel wordt niet door de sterren zelf veroorzaakt, maar door turbulenties in de aardatmosfeer.

Vandaar dat sterrenkundigen de moeite nemen om telescopen in een baan om de aarde te brengen: alleen daar kan een optimale beeldkwaliteit worden gehaald. Weliswaar zijn de afgelopen twintig jaar technieken bedacht om de vertroebelende invloed van de aardatmosfeer tegen te gaan, maar dat kon dan maar voor een klein stukje van het beeldveld van de telescoop.

Adaptieve optiek

Bij de conventionele adaptieve optiek wordt met een laser een 'kunstster' aan de hemel geprojecteerd. Het licht daarvan geeft informatie over de turbulenties in de aardatmosfeer, die door een computer wordt verwerkt.

De computer gebruikt deze informatie om een betrekkelijk kleine, flexibele spiegel in de lichtweg van de telescoop zodanig van vorm te laten veranderen, dat de atmosferische beeldfouten worden rechtgezet. En dat duizend keer per seconde.

Nieuwe techniek

De nieuwe techniek bouwt daarop voort. In plaats van één kunstster worden nu echter vijf kunststerren gebruikt. Dat levert weliswaar een iets mindere beeldkwaliteit op dan bij de conventionele aanpak, maar een bruikbaar beeldveld dat veel groter is.

Hierdoor is het mogelijk om grote groepen sterren of sterrenstelsels in één keer scherp af te beelden.