UTRECHT - Mensen die geen diepte kunnen zien, kunnen dat mogelijk op latere leeftijd nog leren. Neurobiologen van de Universiteit Utrecht hebben dat ontdekt.

Zij hebben hun bevindingen donderdag gepubliceerd op de website van het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology.

Onderzoekers Chris Klink en Richard van Wezel onderzochten samen met collega's van de Vanderbilt University in de Verenigde Staten hoe de hersenen de beelden van twee ogen combineren.

Daarvoor lieten zij proefpersonen via spiegels met hun afzonderlijke ogen naar twee verschillende streeppatronen kijken.

''In het begin zagen de proefpersonen afwisselend het patroon van hun linker- en rechteroog'', vertelt Van Wezel. ''Na ongeveer een half uur begonnen ze echter steeds vaker een beeld te zien dat een combinatie was van de twee patronen.''

Strategie

Volgens de onderzoekers pasten de hersenen hun strategie voor het combineren van beelden van de twee ogen geleidelijk aan.

De hersenen bleven deze strategie ook na het experiment toepassen. Pas toen de proefpersonen een tijdje normaal met twee ogen konden kijken, vormden de hersenen weer op de gebruikelijke manier één beeld.

Het onderzoek laat zien dat het brein van volwassen mensen het vermogen heeft om zich snel en blijvend aan te passen aan nieuwe visuele omstandigheden.

''Als het nodig is, verwerken je hersenen de beelden binnen een half uur op een andere manier dan in de tientallen jaren hiervoor'', aldus Van Wezel.

Goed nieuws

Die onvermoede flexibiliteit van de hersenen zou volgens de onderzoekers goed nieuws kunnen zijn voor mensen die geen diepte kunnen zien, bijvoorbeeld omdat zij een lui oog hebben gehad.

''Als de ogen worden getraind om goed naar één punt te kijken zou het voor deze mensen dus alsnog mogelijk kunnen zijn om diepte te zien.''