AMSTERDAM - Met behulp van de ruimtesonde Cassini is een nieuwe klasse van mini-maantjes opgespoord in het ringenstelsel van Saturnus.

De onwaarneembaar kleine maantjes veroorzaken tijdens hun omloop om de planeet propellerachtige verstoringen in het ringmateriaal.

De eerste van zulke sporen werden in 2006 ontdekt. Ze beperkten zich tot een ongeveer drieduizend kilometer brede zone in de buitenste heldere ring van Saturnus. Maar inmiddels zijn ze ook in een ander, meer naar buiten gelegen deel van deze zogeheten A-ring ontdekt.

En deze nieuwe klasse van propellersporen is honderd keer zo groot. Naar schatting gaan er in het ringenstelsel van Saturnus miljoenen van deze mini-maantjes schuil.

Mini-maantjes

Ze zijn kleiner dan echte maantjes, maar groter dan de overige deeltjes waaruit de ringen bestaan. Geschat wordt dat de grootste van deze mini-maantjes ongeveer vijfhonderd meter groot zijn.

De sporen die zij achterlaten zijn duizenden kilometers lang en een paar kilometer breed. In de loop van de afgelopen vier jaar lijken de banen van de grootste 'propellermaantjes' een beetje te zijn veranderd.

Kleinere brokstukken

Mogelijk komt dat door botsingen tussen de mini-maantjes met kleinere brokstukken ringmateriaal.

Een andere mogelijkheid is dat hun baanbewegingen worden beïnvloed door de zwaartekrachtsinvloed van grotere Saturnusmanen.