AMSTERDAM - Sommige dinosauriërs broedden waarschijnlijk in de buurt van geisers om er voor te zorgen dat hun eieren warm bleven. Dat blijkt uit de vondst van fossiele eieren in Argentinië.

De fossiele eieren van de dinosauriërs zijn gevonden in Sanagasta in Argentinië in een vallei waar honderd miljoen jaar geleden veel hydrothermische activiteit was. In totaal zijn er tachtig broedplaatsen aangetroffen.

Bijna al die nesten liggen opvallend genoeg op drie tot vier meter afstand van oude geisers. Dat meldt Discovery News.

Broedmachines

Volgens de onderzoekers van het Field Museum in Chicago en het onderzoeksinstituut CRILAR in Argentinië suggereert de vondst dat de dinosauriërs de geisers als een soort natuurlijke broedmachines gebruikten om hun eieren warm te houden. Hun bevindingen zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

De hitte van de bronnen is het broedproces waarschijnlijk ook ten goede gekomen. De eierschalen van de gevonden eieren zijn namelijk tussen de 1,29 en 7,94 millimeter dik. Dat is opvallend stevig. Ter vergelijking: een gemiddeld kippenei heeft een schaal met een dikte van slechts 0,3 millimeter.

Titanosaurus

Het is nog onduidelijk door welke dinosauriërs de eieren zijn gelegd. Er zijn geen fossielen van botten gevonden in de omgeving van de broedplaatsen. De doorsnee van de eieren (20 centimeter) suggereert echter dat de broedplaatsen bij de geisers werden gebruikt door de Titanosaurus, een sauropode dinosauriër met een lengte van ongeveer twaalf meter.

Het dier was waarschijnlijk als een van de weinige dinosauriërs in het gebied in staat om eieren met een doorsnee van 20 centimeter te leggen.