AMSTERDAM - Mensen ontwikkelden het vermogen om hun huid te bruinen in de loop van de evolutie waarschijnlijk om zichzelf aan te passen aan de grote verschillen in ultraviolette straling gedurende het jaar. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers vastgesteld.

Vooral in noordelijke gebieden kan de hoeveelheid ultraviolet licht sterk uiteen lopen, vanwege seizoensinvloeden en atmosferische verstrooiing van het licht. Daardoor heeft de menselijke huid in de loop van de evolutie waarschijnlijk het vermogen ontwikkeld om tijdelijk bruin te kunnen worden.

Het lichaam wordt daardoor in de zomer beschermd tegen ultraviolette straling, maar kan in de winter weer volop profiteren van de gunstige effecten van zonlicht.

Breedtegraden

Dat schrijven wetenschappers van Penn State University in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. De onderzoekers hebben de inval van zonlicht en ultraviolette straling in kaart gebracht op verschillende plekken over de hele wereld.

"De variatie van ultraviolette straling is erg groot, vooral op de middelste en hogere breedtegraden", verklaart hoofdonderzoekster Nina Jablonski op nieuwssite Physorg.com.

"Het vermogen tot het bruinen van de huid is waarschijnlijk meerdere malen onafhankelijk van elkaar ontstaan op verschillende plekken in de wereld om mensen te beschermen tegen de schadelijke effecten van ultraviolette straling", aldus Jablonski.

Foliumzuur

Zonlicht zorgt voor de productie van vitamine D, maar de ultraviolette straling heeft ook veel negatieve effecten. Zo wordt foliumzuur in het lichaam afgebroken onder invloed van zonlicht. Foliumzuur is verantwoordelijk voor de snelle groei van nieuwe cellen, vooral tijdens zwangerschappen.