AMSTERDAM - Een stof in de hersenen die zorgt voor onderling vertrouwen en samenwerking tussen mensen, zorgt er tegelijkertijd voor dat zij zich agressief gedragen ten opzichte van mensen uit een concurrerende groep.

Dat blijkt uit onderzoek waarvan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Universiteit Leiden de resultaten maandag hebben bekendgemaakt.

De wetenschappers onderzochten de werking van oxytocine, ook wel bekend als het knuffelhormoon. De stof speelt een belangrijke rol bij onder meer de binding tussen partners en tussen moeder en kind.

De heersende opvatting is dat de stof mensen aardiger en opofferingsgezinder maakt. Dat beeld verdient enige nuancering, aldus de onderzoekers. Als het belang van de eigen groep in het geding is, wekt oxytocine juist agressie op.

Barrière

Volgens de onderzoekers geeft deze bevinding een neurobiologische verklaring voor het feit dat conflicten tussen groepen escaleren wanneer mensen andere groepen als bedreiging zien.

Zolang dat niet het geval is, bijvoorbeeld omdat er een fysieke barrière is gemaakt tussen de territoria van de twee groepen, is de kans op gewelddadige conflicten kleiner.

Daaruit concluderen de wetenschappers dat de agressie die oxytocine oproept, een verdedigende functie heeft.