AMSTERDAM - De reptielen die in de tijd van de dinosauriërs in zee leefden, waren waarschijnlijk warmbloedig. Tot die conclusie komen Franse wetenschappers in een nieuwe studie.

Prehistorische zeereptielen hadden volgens de onderzoekers van het Université Claude Bernand Lyon 1 een lichaamstemperatuur die op kon lopen tot 39 graden Celsius.

Daarmee was het lichaam van de dieren warmer dan het zeewater waar ze in zwommen.

Die warmbloedigheid stelde reptielen zoals de ichthyosaurus en de plesiosaurus vermoedelijk in staat om relatief snel te zwemmen en diep te duiken. Dat schrijven de onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Watertemperatuur

“Deze zeereptielen konden een hoge lichaamstemperatuur in stand houden, onafhankelijk van de watertemperatuur waar ze in leefden”, verklaart hoofdonderzoeker Christophe Lécuyer op National Geographic News. “Het maakte niet uit of hun leefgebied een tropische zee of een koud oceaandomein was.”

De wetenschappers zijn tot hun bevindingen gekomen door fossielen van de zeereptielen te bestuderen. Ze brachten zuurstofisotopen in de tanden van de dieren in kaart.

Op basis daarvan konden ze de historische samenstelling van diezelfde isotopen in het bloed van de reptielen inschatten. Daarmee kon vervolgens de waarschijnlijke lichaamstemperatuur van de zeedieren worden bepaald.

Prehistorische vissen

De resultaten werden vergeleken met de vermoedelijke lichaamstemperatuur van prehistorische vissen. Deze dieren waren waarschijnlijk koudbloedig en namen daarom de temperatuur van het zeewater aan.

Uit de vergelijking blijkt dat de lichaamstemperatuur van de zeereptielen veel hoger lag dan de gemiddelde temperatuur van de zeeën waar ze in zwommen.

Achtervolgingen

Volgens de wetenschappers is het evolutionair gezien logisch dat de ichthyosaurus (een dolfijnachtige reptiel) en de plesiosaurus (een reptiel met vier flippers en een lange nek) warmbloedig waren. Een warmbloedig dier kan zich over het algemeen namelijk sneller voortbewegen dan een koudbloedig dier. 

Prehistorische zeereptielen moesten vaak hard zwemmen en snel manouvreren om hun prooien te achtervolgen.