WAGENINGEN - Over kale pleinen jagen gure windvlagen. En als het buiten warm is, is het op zo'n leeg plein nog veel warmer. Pleinen zoals ze in afgelopen decennia werden ontwikkeld, nodigen mensen kortom niet uit om er gezellig te gaan zitten. En dat trekt weer 'louche randfiguren' aan.

Landschapsarchitect en universitair docent Sandra Lenzholzer van de Wageningen Universiteit bezocht tientallen pleinen in Nederland en sprak er met duizenden passanten.

Ze promoveert deze maand aan de Wageningen Universiteit op haar onderzoek naar ontwerpen voor een comfortabeler microklimaat in de stad. Lenzholzer stelde een opvallend feit vast: veel pleinen hebben een fontein die voor koelte moet zorgen, maar in werkelijkheid helpen bomenrijen veel beter.

Kermissen

''Kale, kille pleinen zijn een tijdlang in de mode geweest. Men wil pleinen liefst helemaal leeg houden voor kermissen en evenementen. Maar op een mooi, sfeervol plein als de Lange Voorhout in Den Haag is ook markt en kermis. Mensen kunnen daar kiezen voor zon of schaduw, wat frisser of juist wat warmer. Ik hoop dat men terugkomt op de kale vlaktes'', zegt Lenzholzer.

Volgens de landschapsarchitect hebben mensen een hekel aan een gladgeplaveid plein met kille kleuren. Ze zullen die omgeving vermijden, met als gevolg dat vandalen en hangjongeren oprukken. Wanden worden beklad met graffiti.

Randfiguren

''Een mooi, warm en goed ontwerp trekt veel gewoon publiek en dan verkassen de randfiguren vanzelf'', voorspelt zij.

Lenzholzer pleit voor lange bomenrijen van bijvoorbeeld dakplatanen op een plein. De platanen zorgen voor schaduw en zijn bij milde regenbuitjes een natuurlijke paraplu. Groen houdt bovendien de bestrating van een groot plein koel, waardoor het plein minder warmte uitstraalt. In de stad kan het microklimaat wel tien graden verschillen van de regio eromheen. Het is belangrijk om dat met het oog op klimaatverandering in de hand te houden, anders wordt de stad onaangenaam warm.