AMSTERDAM - Onderzoekers van de afdeling Medische Microbiologie van het AMC hebben voor het eerst de antibacteriële werking van honing ontrafeld. De hoge suikerconcentratie in honing (ongeveer 80 procent) speelt een rol.

Sommige bacteriesoorten kunnen daar niet tegen. Voor zijn onderzoek heeft microbioloog Paul Kwakman honing gescheiden.

Na veel monnikenwerk vond de onderzoeker een klein eiwit waaraan de resterende antimicrobiële werking kon worden toegeschreven. Bijen gebruiken dit eiwit in hun eigen afweersysteem.

De hoop is dat uit honing stoffen kunnen worden gewonnen die bruikbaar zijn als antibioticum. Meer en meer bacteriën zijn resistent geworden tegen de bestaande antibiotica.

De mogelijkheden van het gebruik van complete honing zijn beperkt tot toepassing op de huid.

Kwakman: "De werkzame eiwitten in honing worden in het lichaam snel afgebroken. Honing eten om van een infectie af te komen, werkt dus niet."

Kwakman hoopt op 1 juli op het honingonderzoek te promoveren.