DEN HAAG - De slachtoffers van de vliegtuigramp in de Libische hoofdstad Tripoli worden geïdentificeerd met behulp van een nieuwe methode van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Het instituut heeft vrijdag laten weten gebruik te maken van software waarmee de stambomen van de slachtoffers in kaart gebracht kunnen worden, zodat de DNA-profielen met elkaar kunnen worden vergeleken.

Bij de ramp zijn in een aantal gevallen ouders en kinderen samen verongelukt, aldus het NFI. Het kan daardoor zijn dat er geen levende eerstegraadsbloedverwanten meer zijn van wie DNA-materiaal kan worden afgenomen om een vergelijking te maken.

Met de nieuwe software, die het NFI samen met de Radboud Universiteit Nijmegen heeft ontwikkeld, kan het identificatieteam ook gebruik maken van materiaal van verwanten die verder van een slachtoffer af staan.

Versneld

''Het identificatieproces wordt zo aanzienlijk versneld'', aldus het NFI. Deze snelheid is in het geval van rampen zoals die van 12 mei met de Airbus van Afriqiyah van groot belang voor de nabestaanden. Identificatie via DNA speelt in het proces een grote rol.

Het NFI maakt deel uit van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO), dat in Tripoli aanwezig is om de slachtoffers, onder wie zeventig Nederlanders, te identificeren.

Een LTFO-team in Nederland heeft bij nabestaanden onder meer DNA-materiaal verzameld ter vergelijking met gegevens uit Tripoli.

Monsters

Bij nabestaanden zijn monsters van wangslijmvlies afgenomen. Als er niet genoeg verwanten beschikbaar waren, hebben de rechercheurs andere biologische monsters zoals haren en speeksel meegenomen van gebruiksvoorwerpen van slachtoffers.

Het NFI heeft van de monsters DNA-profielen gemaakt en deze aan het LTFO gegeven. Samen met andere gegevens moeten de profielen leiden tot identificatie van alle doden.

Identificeren

Donderdag maakte het ministerie van Buitenlandse Zaken bekend dat het LTFO in Tripoli de eerste slachtoffers heeft kunnen identificeren.

De lichamen liggen nog in de mortuaria van twee ziekenhuizen in de stad. Degenen van wie bekend is wie zij waren, worden zo snel mogelijk door de ANWB naar Nederland gehaald.