ROTTERDAM - Peuters uit immigrantengezinnen hebben minder vaak gedragsproblemen als hun moeder al wat langer in Nederland woont, zich thuis voelt en de Nederlandse taal goed beheerst.

Dat blijkt uit onderzoek waarvan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam de resultaten donderdag heeft gepubliceerd.

De wetenschappers baseren zich op gegevens uit het grootschalige Rotterdamse bevolkingsonderzoek Generation R, waarin duizenden kinderen vanaf de geboorte worden gevolgd.

Zij publiceren hun bevindingen deze week op de website van het vakblad Journal of Abnormal Child Psychology.

Gedragsproblemen

Uit de studie blijkt dat ook dat peuters met een niet-Nederlandse achtergrond vaker gedragsproblemen vertonen dat hun Nederlandse leeftijdgenootjes, iets dat volgens de onderzoekers tot dusver alleen bij oudere kinderen was vastgesteld.

Dat komt deels doordat hun ouders meestal lager opgeleid zijn en een lager inkomen hebben. Ook hebben hun moeders zelf vaker psychische klachten.

Taal

De resultaten van het onderzoek wijzen volgens de onderzoekers uit dat het belangrijk is dat immigranten zich in Nederland thuis gaan voelen. Daarbij speelt beheersing van de taal een belangrijke rol, maar zij moeten ook het gevoel krijgen dat Nederlanders hen accepteren.

''Dat is niet alleen van belang voor immigranten zelf, maar kan er mogelijk ook voor zorgen dat de nakomelingen van immigranten minder gedragsproblemen en emotionele problemen hebben'', aldus de wetenschappers.