GRONINGEN - Meisjes kunnen minder goed tegen stress dan jongens. Na stressvolle gebeurtenissen blijken meisjes vaker last van depressieve gevoelens te hebben. Dat ontdekte onderzoekster Esther Bouma van het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Uit het onderzoek bleek ook dat meisjes van wie de ouders ooit depressieve klachten hebben gehad anders reageren op stress dan jongens. Tijdens de puberteit neemt het aantal depressieve klachten toe, vooral bij meisjes.

Eén van de belangrijkste risicofactoren voor het ontwikkelen van depressies is sociale stress, al wordt niet iedereen depressief van stress. Esther Bouma ging na welke factoren bepalen waarom sommige jongeren depressief worden na het meemaken van psychosociale stress en andere niet.

Om te onderzoeken hoe jongens en meisjes lichamelijk reageren op stress liet Bouma een groep van 715 16-jarigen een stresstaak uitvoeren. Zo ontdekte dat het speeksel van meisjes een minder hoge cortisolconcentratie bevat dan dat van de jongens.

De pil

Bij de meisjes bleken verschillen te bestaan tussen meisjes die niet aan de pil waren en pilgebruiksters. Bij de pilgebruiksters werd zelfs helemaal geen cortisolreactie gemeten.

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de hormonen in de pil de activatie van het stress-systeem beïnvloeden. Ondanks de lichamelijke reactieverschillen bestond er geen verschil in de hoeveelheid stress die de jongens en meisjes zelf aangaven te ervaren.

Depressie

Verschillen in hormoonhuishouding tussen jongens en meisjes kunnen mogelijk ook een ander opvallend verschil tussen de seksen verklaren: genetische risicofactoren voor depressie komen in de puberteit namelijk sterker naar voren bij meisjes dan bij jongens.

Zo hadden meisjes van wie de ouders ooit depressieve klachten hebben gehad een lagere cortisolreactie tijdens de stresstaak dan meisjes van wie de ouders geen klachten hadden. Hoe we reageren op stress lijkt dus deels erfelijk bepaald.