AMSTERDAM – Een vissensoort in een vulkanisch kratermeer in Nicaragua evolueert zo snel dat er binnen 100 generaties een nieuwe soort is ontstaan. Dat concluderen Duitse wetenschappers in een nieuwe studie.

De cichliden in het kratermeer hebben in recordtijd een nieuwe eigenschap ontwikkeld: dikke lippen.

Op basis van bestaande evolutiemodellen zou het ongeveer 10.000 generaties duren voordat zo’n uiterlijk kenmerk kan veranderen.

Bij de Nicaraguaanse vissen voltrok de verandering zich echter binnen 100 generaties, zo melden wetenschappers van de Universiteit van Konstanz in het wetenschappelijk tijdschrift BMC Biology.

De dieren met dikke lippen lijken zich te ontwikkelen tot een nieuwe soort. Ze eten ander voedsel dan hun voorouders. Ook willen ze niet meer paren met vissen die dunne lippen hebben.

Evolutieproces

Volgens wetenschappers is de ontdekking van de vissen erg belangrijk om meer inzicht te krijgen in het proces van evolutie.

“Wanneer onderzoekers een diersoort ontdekken die op het punt staat om zichzelf op te splitsen in twee soorten, biedt dat nieuwe inzichten omdat het proces nog in gang is”, zo becommentarieert wetenschapper Todd Streelman de bevindingen in het Britse tijdschrift New Scientist.

“Dit werk sluit aan op theorieën uit de jaren 90 die suggereren dat soorten snel kunnen evolueren, ook al delen ze dezelfde leefomgeving”, aldus Streelman.

Luchtkussens

De dikke lippen van de vissen hebben een duidelijke functie. Ze dienen als een soort beschermingskussens zodat de dieren insecten en larven uit smalle spleten in het vulkanische gesteente kunnen happen zonder hun bek te beschadigen.

De vissen met dunne lippen eten vooral slakken van de bodem. Zij hebben relatief sterke kaken en tanden om de slakkenhuizen te kunnen openbreken.