Dankzij amateurastronomen hebben NASA-wetenschappers voor het eerst nauwkeurig onderzoek kunnen doen van een groot onweersgebied in de atmosfeer van de planeet Saturnus.

Dat onderzoek is verricht met behulp van een instrument van de ruimtesonde Cassini, die in een baan om Saturnus draait.

De planning voor dat instrument, een infraroodspectrometer, liggen al maanden van tevoren vast. De op onvoorspelbare momenten optredende onweersgebieden gaan daardoor eigenlijk altijd aan de neuzen van de wetenschappers voorbij.

Wel zijn met een radio-instrument van Cassini vaak signalen van bliksemontladingen waargenomen. Eind maart kwam daar verandering in, nadat de Australische amateursterrenkundige Anthony Wesley een zelf gemaakte opname van Saturnus naar het Cassini-team mailde, waarop het onweersgebied te zien was.

Toevallig

Al snel bleek dat de infraroodspectrometer van Cassini enkele dagen later toevallig het juiste gebied in de Saturnusatmosfeer zou bekijken.

Uit de metingen die toen zijn verricht blijkt dat het onweersgebied een verhoogde concentratie fosfine bevatte - een gas dat doorgaans op grotere diepte zit. Dat wijst erop dat er in het gebied sterke opwaartse luchtstromingen actief waren. Het hevige onweer op Saturnus gaat gepaard met enorme sneeuwstormen van ammoniakijs.