AMSTERDAM - De Amerikaanse ruimtetelescopen Chandra en Spitzer hebben de resten van een geëxplodeerde ster in beeld gebracht. De supernova-explosie vond plaats in een sterrenhoop, dus temidden van een groot aantal andere sterren.

De stofdeeltjes in het weggeblazen materiaal worden verwarmd door deze sterren, waardoor ze infraroodstraling uitzenden. Die warmtestraling is vastgelegd door de Spitzer Space Telescope (oranje op de foto).

De kern van de geëxplodeerde ster is ineengestort tot een compacte, snel roterende pulsar, die energierijke deeltjes de ruimte in blaast. Die 'pulsarwind' draagt ook bij aan de opwarming van het supernova-stof.

Pulsar

De röntgenstraling van de pulsar (de witte stip) en de pulsarwind (blauw) is opgemeten door het Chandra X-ray Observatory. Normaalgesproken wordt het stof in een supernovarestant pas 'zichtbaar' wanneer er krachtige schokgolven optreden.

Zulke schokgolven vernietigen echter de kleinste stofdeeltjes. In het geval van G54.1+0.3 (het catalogusnummer van deze supernovarest) is het echter mogelijk om het stof in de oorspronkelijke samenstelling te bestuderen.