AMSTERDAM - Sterrenkundigen zijn zich er allang van bewust dat bij grootschalige hemelverkenningen maar een deel van het licht van sterrenstelsels wordt opgevangen.

Dankzij een heel nauwkeurige survey met twee van de vier 8,2-meter telescopen van de Europese Very Large Telescope is nu bekend hoeveel verre sterrenstelsels daarbij over het hoofd worden gezien: maar liefst 90% (Nature, 25 maart).

Bij grote surveys wordt vaak gekeken naar licht van een specifieke golflengte, dat afkomstig is van gloeiend waterstofgas: de zogeheten Lyman-alfalijn. Maar nu blijkt dat deze steekproef niet erg betrouwbaar is: het overgrote deel van het Lyman-alfalicht dat in een sterrenstelsel wordt geproduceerd, kan ons niet bereiken.

Dat is vastgesteld door de Lyman-alfa-intensiteit van verre sterrenstelsels te vergelijken met de hoeveelheid H-alfalicht, dat eveneens door waterstof wordt uitgezonden. Bij de nieuwe survey is niet alleen opgemerkt dat de gebruikelijke waarnemingsmethode niet erg efficiënt is. Ook zijn zwakke sterrenstelsels opgespoord die niet eerder waren waargenomen.