AMSTERDAM - De grootste vleesende plant ter wereld is niet geëvolueerd om dieren te verorberen, maar om poep van boomspitsmuizen op te vangen en te verteren. Dat blijkt uit een nieuwe wetenschappelijke studie.

Onderzoeker Charles Clarke van Monash University in Maleisië boog zich met enkele collega’s over de vraag waarom er zo vaak uitwerpselen van de boomspitsmuis in bekerplanten van de soort Nepenthes Rajah belanden.

Ze ontdekten dat de dieren worden aangetrokken door nectarklieren die aan de rand van de plantaardige bekers groeien. De gemiddelde afstand van de nectarklieren tot de opening van de beker blijkt precies overeen te komen met de gemiddelde lichaamslengte van boomspitsmuizen.

Achterwerk

“De boomspitsmuizen moeten op de bekers klimmen om de nectar te bereiken en hun lichaam op zo’n manier positioneren dat hun achterwerk boven de opening van de beker hangt”, verklaart Clarke op BBC News.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift New Phytologist.

Evolutionair verbond

Volgens de onderzoekers is de overeenkomst tussen de maat van de bekerplanten en de lichaamslengte van boomspitsmuizen geen toeval. Ze vermoeden dat de plant een soort evolutionair verbond heeft gesloten met de dieren.

Voor de boomspitsmuis is de plant een belangrijke voedselbron. De bekerplant krijgt in ruil daarvoor de uitwerpselen van het dier, omdat de boomspitsmuizen hun voedingsgebied afbakenen door te poepen.

“Ruim 150 jaar na de ontdekking van de Nepenhes Rajah hebben we eindelijk ontdekt waarom de grootste carnivore plant ter wereld zulke grote bekers produceert”, aldus hoofdonderzoeker Clarke.