AMSTERDAM - Kinderen die in hun babytijd dicht bij een verbrandingsoven hebben gewoond en die borstvoeding kregen, vertonen in hun puberteit lichamelijke afwijkingen en gedragsproblemen.

Vooral de longfunctie is verstoord, terwijl meisjes ook een vertraagde borstgroei hebben.

Dat concludeert geneeskundige Marike Leijs, die deze maand aan de Universiteit van Amsterdam promoveert op een onderzoek naar de invloed van dioxines op de groei van kinderen.

Leijs analyseerde alle gegevens die sinds eind jaren tachtig worden bijgehouden van moeders en kinderen die in de buurt van een verbrandingsoven wonen of gewoond hebben.

Afweersysyteem

Leijs constateert dat kinderen tussen de 14 en 19 jaar verstoringen hebben in de suikerhuishouding en in hun afweersysteem. Ook hun schildklier werkt minder goed. Meisjes lopen zeker een jaar achter wat betreft hun borstgroei.

Ook op jongere leeftijd vertonen de kinderen al achterstanden, bijvoorbeeld in hun psychomotorische groei en in de ontwikkeling van hun hersenen.

Vuilverbrander

De uitkomsten van het onderzoek van Leijs zijn opmerkelijk, omdat eerder op diverse plekken in het land onderzoek is gedaan toen omwonenden van een vuilverbrander meenden vaker ziek te zijn dan anderen. Dergelijke onderzoeken leverden meestal op dat er in de buurt inderdaad meer ziekte was, maar dat er geen directe relatie met de verbrandingsoven kon worden gelegd.

Leijs stelt nu op basis van haar bevindingen dat zelfs een zeer lage blootstelling aan dioxines al gevolgen heeft. Ook wanneer de giftige stof nauwelijks terug te vinden is in het bloed, zijn er lichamelijke effecten.