UTRECHT - Dit jaar lijkt eindelijk een goed vlinderjaar te worden. Vooral de distelvlinder, een trekvlinder, is in grote aantallen te zien. Maar ook de dagpauwoog fladdert weer rond de vlinderstruiken.

Deze mooie oranjerode vlinder met lichtblauwe ‘ogen’ was vroeger een van de meest algemene soorten in Nederland. Maar vanaf 1995 is de vlinder sterk achteruit gegaan. Dat komt door een toename van zachte winters, denkt Kars Veling van de Vlinderstichting.

“De dagpauwoog overwintert (als een van de weinige) als volwassen vlinder”, zo legt hij uit. “Ze moeten veel energie sparen voor de diepe slaap, maar dan kan de soort wel prima tegen strenge vorst.”

“De afgelopen jaren hadden we echter warme winters, of in ieder geval winters met regelmatig warmere perioden, waarbij het zo nu en dan meer dan 12 graden was”, zegt Veling. “Die omstandigheden wekken de dagpauwoog uit zijn winterslaap. En dat ontwaken kost ook veel energie.”

Kwakkelwinters
Bij een kwakkelwinter worden de dagpauwogen meerdere keren ontwaakt om vervolgens steeds weer een nieuwe schuilplaats te moeten zoeken. Het KNMI verwacht onder invloed van klimaatverandering een verdere toename van zachte, natte winters in Nederland.

“In de tien voorgaande winters waren de meeste dagpauwogen al uitgeput en dood tegen de tijd dat ze echt actief kunnen worden, doorgaans in maart”, aldus Veling.

“Maar de winter 2008-2009 was van oktober tot in maart gewoon koud zodat de dagpauwogen in rust konden overwinteren en genoeg energie hebben om zich na de winter voort te planten.”

De nieuwe generatie vlinders die daaruit is voortgekomen is inmiddels in heel Nederland te zien.